The Butterfly Project

Vlinders, met pastel getekend op suedekarton. Door de textuur van de ondergrond zijn ze bijna net zo poederig en zacht als echte vlindervleugels. Ik maak ze ook op bestelling.

M

onsters bestaan niet, zegt papa altijd. Kinderen hebben gewoon meer fantasie dan grote mensen en we mogen geen spannende films meer kijken. Maar ik weet wie er in het donker wonen. Vanuit mijn ooghoeken zie ik ze bewegen, net voorbij waar het licht komt. Mama komt dan altijd naar mijn kamer en blijft bij me zitten. Ze praat wat met me en vertelt me vrolijke verhalen.

Vorige week, toen ze weer in haar pyjama op de rand van mijn bed zat, hadden we het over vlinders. Mama beweerde, dat er vlinders zijn die op monsters jagen. Als je je raam op een kier laat, vliegen ze naar binnen wanneer je slaapt en verslinden alle monsters die ze kunnen vinden. Zwaar van hun feestmaal gaan ze steeds lager vliegen, tot ze de grond raken en in een wolkje gekleurd poeder uiteen spatten.

“Ik zal het je bewijzen”, zei ze, en verdween naar haar atelier. Even later was ze terug met een dikke stapel wit karton. “Leg deze op de vloer naast je bed, ik zet je raam op een kier.” Daarna stopte ze me in en hield mijn hand vast tot ik sliep.

Toen ik wakker werd was mama verdwenen. Het was licht buiten en daar, op één van de papieren naast mijn bed, lag de poederige afdruk van een vlinder. De monsters hebben zich sindsdien niet meer laten zien. Misschien zijn ze er nog, maar ik ben niet meer bang. Want elke ochtend als ik wakker word ligt er een afdruk op de vloer, van een vlinder met een buik vol monsters.