De wonderlijke aandoening van oom Edward

H

et was een zeldzame en nogal wonderlijke aandoening waar oom Edward aan leed. Op de meest onhandige momenten verviel hij plotseling in een soort catatonische staat. Een toestand die zich nog het best laat omschrijven als… tja, dood eigenlijk. Helemaal stijf werd hij dan, bleek en koud.

Meestal duurde het hooguit een uurtje voor hij weer bijkwam. Dan keek hij verbaasd om zich heen en ging doodkalm verder met wat hij aan het doen was. De mensen om hem heen waren het inmiddels gewend en besteedden er nog maar weinig aandacht aan. Wat voor buitenstaanders nogal bizar was, enigszins traumatiserend ook.

Eén keer was het bijna misgegaan. Hij was al halverwege het mortuarium, waar hij naartoe werd gebracht omdat er niemand was die hem goed genoeg kende om te kunnen vertellen hoe de vork in de steel zat. De chaos die uitbrak toen hij de zak van binnenuit openritste was enorm.

In de rechtszaak die volgde werd bepaald dat hij voortaan niet meer alleen op pad mocht. De kinderen in de buurt hadden te doen met die aardige, stille, wat verdrietig ogende man en brachten hem zo nu en dan wat afleiding. Dan speelden ze met hem in het veld achter zijn huis. Bordspelen voornamelijk – oom Edward was dol op schaken – want verstoppertje bleek vooralsnog te riskant.