Louis & Josephine

Toen Louis en Josephine me vroegen om hun portret te schilderen, hoefde ik daar niet lang over na te denken. Wat een kleurrijk koppel, en vól met verhalen. Over hun leven samen, hun zwerflust, de eerste ontmoeting…

Louis wist het nog precies, glimlachte hij. Met zijn ogen dicht zag hij haar zo weer voor zich, een heel leven geleden, in een club in Parijs. Bij de bar liepen ze elkaar letterlijk tegen het lijf en raakten aan de praat. Hij was een ontdekkingsreiziger met een eigen luchtballon. Zij vond hem charmant en grappig, vulde Josephine aan. En een waanzinnige danser, wat ze niet vaak zag in een man. Ze danste met hem de Charleston en lachte om zijn plotselinge onhandigheid. Want haar grote ogen leken recht in zijn ziel te kijken en haar gitzwarte vacht en soepele lijf brachten hem danig van zijn stuk. Ze dansten en praatten de hele nacht. En na sluitingstijd, toen ze buiten op de stoep stonden en de zon al opkwam, vroeg Louis haar mee voor een tochtje in zijn ballon. Zijn hart bonkte en huppelde, bekende hij. Maar ze zei ja, en dat was dat.

Ze waren prachtig samen. Daar waren ze het, zoveel jaren later in mijn studio, roerend over eens. Extravagant, avontuurlijk en altijd samen. Er werd nogal over ze gesproken want een kat en een hónd, dat gaf geen pas in die tijd. Het maakte Louis altijd trots, bloosde hij. Dat een meisje zoals zij, met een man zoals hij… Hij leerde haar vliegen en samen zagen ze de hele wereld. Josephine werd een uitstekende piloot en ze genoten van het uitzicht en elkaars gezelschap. Af en toe waren ze in de stad en werden dan veelvuldig gezien, dansend tot in de vroege uurtjes. Maar Louis was een rusteloze avonturier en zij was gelukkig waar hij was, dus ze bleven nooit lang.

Vele jaren gingen voorbij en ze hadden wel tot hun dood in die ballon willen blijven. Maar uiteindelijk ging het echt niet meer. Nu wonen ze in een appartement, slechts twee straten van waar ze elkaar ontmoetten. “Maar dít,” snoof Josephine met een vaag handgebaar langs haar kale, gerimpelde lijf, “is geen reden om de boel dan maar te laten verslonzen.” Dus poetsen ze iedere dag hun vel, trekken hun mooiste kleren aan en maken er samen het beste van. Ze flaneren door de straten, drinken koffie in hun favoriete tentje. En op goede dagen kijkt Louis Josephine diep in haar nog steeds prachtige ogen en ziet daarin hun hele avontuurlijke leven weerspiegeld. Dan doen ze samen een voorzichtig dansje, net als toen, zomaar midden op straat.