Wijsneus

E

r was één grote vraag die dag en nacht aan Wijsneus knaagde: Waarom? De vraag kwam op een doodgewone ochtend toen hij net wakker was. Aan tafel, boven zijn bordje havermout, vroeg hij zich plotseling af waarom hij eigenlijk moest eten?

Verbaasd knipperde Wijsneus met zijn ogen. Wat een merkwaardige vraag, dacht hij. Het antwoord lag voor de hand – omdat hij honger had – en tevreden at hij verder. Maar daar was meteen een nieuwe vraag: Waarom had hij dan honger? En het antwoord daarop leidde tot weer een nieuw ‘waarom’, en nog één.

Overvallen door al die plotselinge vragen, besloot hij dit eens goed uit te zoeken. Hij spoelde zijn ontbijtspulletjes af, pakte zijn rugtasje in en ging op weg naar de bibliotheek. Het werd een lange dag waarop hij een heleboel antwoorden vond. Maar ’s nachts in bed leidden die alleen maar tot nieuwe vragen. Hij kon er niet van slapen. Want Waaroms hebben de neiging om achter elkaar aan te lopen en hoe meer hij er beantwoordde, hoe meer het er werden.

Goedbeschouwd, zo filosofeerde hij in het donker, is ‘Waarom’ een nogal grote vraag. Alles waar je over kunt nadenken heeft wel een ‘Waarom’. Plotseling schoot hij overeind. Hij moest gewoon op zoek naar hét Antwoord! Dat ene antwoord dat alle waarom-vragen in één klap zou beantwoorden. Hij vroeg zich af of zo’n antwoord bestond en een vreemd soort opwinding vervulde hem. De volgende ochtend haastte hij zich terug naar de bibliotheek, zijn ontbijt in een trommeltje in zijn tasje. Eten kwam later wel.

Die dag vond hij het niet. En de dagen erna ook niet. De dagen werden weken en de weken werden maanden. En zo zit hij daar nog steeds, omringd door steeds hoger wordende stapels boeken. En bij elk nieuw ‘Waarom’ lijkt het antwoord verder weg dan ooit.

All site contents © Githa van Eeuwen